Je mag de titel van het topic ook letterlijk nemen:
Kwart van senioren is arm
Nederlandse ouderen veel beter af dan Belgische
In België leeft bijna een kwart van de 65-plussers onder de armoedegrens. In Nederland is dat maar 6 procent. Nochtans geven België en Nederland evenveel uit aan armoedebestrijding per hoofd van de bevolking.
De kloof tussen Nederland en België wordt almaar breder: de afgelopen jaren daalde het aantal armen bij onze noorderburen van 12 naar 10 procent. Bij ons steeg dat tot 15 procent. Arm is wie minder dan 60 procent van het gemiddelde inkomen verdient. Nederland is nu een van de rijkste landen van de Europese Unie, België zit onder het EU-gemiddelde.
Er bestaan grote verschillen tussen de bevolkingsgroepen: het percentage 65-plussers onder de armoedegrens loopt op tot 23 procent, of bijna een op de vier senioren. In Nederland gaat het om 6 procent van de senioren, of vier keer minder dan bij ons. Dat blijkt uit cijfers die staatssecretaris voor Armoedebestrijding Jean-Marc Delizée (PS) meedeelde aan Kamerlid Guido De Padt (Open VLD).
Bij ons verhoogt het risico op armoede dus sterk boven de pensioengerechtigde leeftijd, terwijl in Nederland de senioren minder kans op armoede lopen. De Padt, tevens OCMW-voorzitter van Geraardsbergen, beaamt die vaststelling: 'Ook in ons OCMW krijgen we meer ouderen over de vloer die we vroeger niet zagen. Ouderen krijgen het steeds moeilijker om de eindjes aan elkaar te knopen. Ik vrees evenwel dat er nog veel zijn die er niet voor durven uit te komen en er dus nog veel verborgen armoede is.'
Waarom doen de Nederlanders het zoveel beter? Wat de senioren betreft, is het duidelijk: 'Het Nederlandse pensioen ligt hoger dan bij ons omdat het basispensioen daar wordt aangevuld met verplichte aanvullende pensioenen', zegt staatssecretaris Delizée.
'Een wezenlijk verschil vormt de huisvestingsmarkt. In Nederland wordt bijna de helft (43 procent) van de woningen verhuurd, waarvan driekwart binnen de sociale huursector. In ons land wonen ruim twee op de drie Belgen (68 procent) in een eigen woning en de rest in huurwoningen.'
Slechts een kleine minderheid van de huurders kan terecht in een sociale woning: de sociale sector is goed voor amper 6,2 procent van de woningmarkt. De overgrote meerderheid van de huurders, ruim vier keer meer dan de sociale huurders, woont in privéhuurwoningen. Onder hen bevinden zich veel ouderen en mensen met een laag inkomen, geeft Delizée toe. 'De hoge huurprijzen spelen bijgevolg een belangrijke rol in de hogere armoede in België.'
Maar de doorslaggevende reden voor de uiteenlopende evolutie schuilt in de arbeidsmarkt. 'Werk is de beste dam tegen armoede', zegt Delizée. Volgens hem heeft amper 67 procent van de Belgen tussen 15 en 64 jaar een job, tegen 79 procent in Nederland. Andere studies, onder andere van professor Bea Cantillon van het Antwerpse Centrum voor Sociaal Beleid, zijn nog somberder: 62 tot 63 procent actieven bij ons tegen inmiddels 80 procent in Nederland.
Wie geen werk heeft, zoals veel alleenstaande moeders, zieken, gehandicapten en vooral ouderen, loopt een sterk verhoogd risico op armoede. Delizée: 'De activering (van werklozen, nvdr.) staat voor mij centraal. Ik wil de OCMW's daarbij ondersteunen.'
België spendeert in ieder geval amper minder geld dan Nederland: 7.948,9 euro per kop bij ons tegenover 8.333,2 euro bij hen. Een verschil van net geen 5 procent. Minder efficiënt zijn we niet, want bij ons bedragen de administratieve beheerskosten van het sociaal systeem maar 3,3 procent, tegen 5,1 procent in Nederland. Bijgevolg blijven er evenveel centen voor armoedebestrijding over.